U bevindt zich op: Home › Publicaties › Dossiers › Interventies Ministerie van Financiën › Back-upfaciliteit ING
Amerikaanse onderdelen van ING waren in januari 2009 eigenaar van ge-securitiseerde hypothekenportefeuilles die door de kredietcrisis sterk in waarde zijn gedaald. Om het vermogensbeslag van gesecuritiseerde hy-pothekenportefeuilles voor ING te beperken, is een constructie (back-upfaciliteit) bedacht, die de verlies- en winstkansen van een groot deel van de portefeuille overdraagt aan de staat. Dat betekent dat de betaalde rente en de gedane aflossingen nu rechtstreeks toekomen aan de staat. De staat betaalt hiervoor een afgesproken vergoeding aan ING die los-staat van de daadwerkelijke betaalde rente en aflossingen. De waarde van de gesecuritiseerde hypothekenportefeuille werd op 26 januari 2009 (bij het aangaan van het arrangement) na afwaardering gesteld op onge-veer $ 35 miljard (€ 27 miljard omgerekend tegen de dollarkoers per transactiedatum). De staat draagt het risico voor 80% daarvan, ter waar-de van ongeveer $ 28 miljard (€ 22 miljard). De looptijd is tot 2048 tenzij de faciliteit met onderlinge overeenstemming tussen de staat en ING eerder wordt beëindigd.
OmhoogHet doel van de back-upfaciliteit is de kapitaalpositie van ING te versterken. Doordat de staat een aanzienlijk deel van het risico heeft overgenomen hoeft ING deze post op de balans niet af te waarderen. De interventie past volgens de minister van Financiën in het streven om het vertrouwen in het financiële systeem te herstellen en de economie te stimuleren. De faciliteit is zo vormgegeven dat de staat een eventuele winst op de portefeuille kan realiseren en daarmee een kans maakt op een redelijk rendement tegenover het risico dat de staat loopt.
Omhoog
De volgende tabel geeft een overzicht van de gerealiseerde ontvangsten en uitgaven voor het Ministerie van Financiën in 2009 en 2010 in relatie tot de back-upfaciliteit voor ING.
Omhoog
|
Bedragen x € 1 miljoen (1) |
2009 |
2010 |
Totaal |
|---|---|---|---|
|
Ontvangsten uit de portefeuille |
-3.819 |
- 4.058
|
-7.877 |
|
Funding fee |
3.903 |
4.345
|
8.248 |
|
Aanpassing funding fee |
-14 |
- 77
|
-91 |
|
Management fee |
59 |
47 |
106 |
| Garantiefee + aanvullende garantiefee |
-129 |
- 257
|
-386 |
|
Totaal |
0 |
0
|
0 |
|
26-01-2009 |
Overeenkomst over de back-upfaciliteit tussen staat en ING (Term Sheet) |
|---|---|
|
31-03-2009 |
Totstandkoming uitgebreide overeenkomst (Long Documentations) |
|
2009 |
|
|
24-10-2009 |
Aanpassing fees in het kader van het herstructureringsplan voor de Europese Commissie |
|
18-11-2009 |
Goedkeuring Europese Commissie van back-upfaciliteit |
Op grond van artikel 87 Comptabiliteitswet 2001 (CW) is de
Algemene Rekenkamer bevoegd om onderzoek in te stellen bij alle
dienstonderdelen van het Rijk, voor zover zij een en ander nodig
acht voor het uitoefenen van haar taak. Dit impliceert dat de
Algemene Rekenkamer dus onderzoek kan doen bij het Ministerie van
Financiën naar de back-upfaciliteit ING.
Op grond van artikel 91, lid 1c CW heeft de Algemene Rekenkamer
(beperkte) bevoegdheden bij rechtspersonen, commanditaire
vennootschappen en vennootschappen onder firma waaraan de staat of
een derde voor rekening of risico van de staat rechtstreeks of
middellijk een subsidie, lening of garantie heeft verleend. In het
geval van leningen, subsidies en garanties heeft de Algemene
Rekenkamer echter geen bevoegdheden als het gaat om financiële
ondernemingen (zie artikel 91, lid 16 CW). We laten hierbij op dit
moment buiten beschouwing of de back-upfaciliteit als subsidie,
lening of garantie te classificeren zou zijn.
Op grond van artikel 91 CW heeft de Algemene Rekenkamer
bevoegdheden ten aanzien van AFM en DNB als toezichthouders in de
financiële sector. Voor zover het taken van DNB betreft die
betrekking hebben op de uitvoering van het Verdrag tot oprichting
van de Europese Gemeenschap, geldt artikel 91 CW niet (zie artikel
91, lid 3 en 4 CW), maar gelden de algemene bevoegdheden van
artikel 87, lid 1 CW. In de memorie van toelichting van de CW 2001
is overigens aangegeven dat de Algemene Rekenkamer niet bevoegd is
kennis te nemen van gegevens van DNB die herleidbaar zijn tot
individuele personen of ondernemingen.
Rapport
14-12-2010
|
PDF, 60 kb
Hoofdstuk 7 uit het rapport Kredietcrisis en EU-landencrisis: interventies en vervolg. Vierde rapportage: tweede en derde kwartaal 2010.
Rapport
12-05-2010
|
PDF, 50 kb
Uit: Kredietcrisis: Interventies en vervolg, gepubliceerd op 18 mei 2010.
Rapport
14-01-2010
|
PDF, 46 kb
Uit: Kredietcrisis 2008/2009, tweede rapportage: tweede en derde kwartaal 2009, gepubliceerd op 14 januari 2010.
Rapport
20-05-2009
|
PDF, 521 kb
Hoofdstuk 6 uit het rapport Kredietcisis 2008/2009, gepubliceerd op 19 mei 2009.