U bevindt zich op: Home › Publicaties › Dossiers › Informatiepositie Tweede Kamer › Hoe staat het ervoor?
Uit veel van onze onderzoeken blijkt dat bewindspersonen niet beschikken over de juiste informatie om te kunnen vaststellen of beleid doelmatig en/of doeltreffend is.
Dit kan gevolgen hebben voor de mate waarin de Tweede Kamer haar controlerende taak kan uitoefenen. In het rapport Staat van de Rijksverantwoording 2010 constateerden we dat de bruikbaarheid van beleidsinformatie vaak beperkt is. Zo kon voor 8 van de 10 onderzochte kabinetsdoelstellingen niet vastgesteld worden in welke mate het beleidsdoel behaald was. In de Staat van de beleidsinformatie 2009 constateerden we dat de controlemogelijkheden van de Tweede Kamer beperkter zijn wanneer beleid door medeoverheden wordt uitgevoerd, er meerdere verantwoordelijke ministers zijn en/of beleidsdoelen ver in de toekomst zijn geformuleerd.
Door decentralisatie van beleid hebben de minister en de Tweede Kamer minder zicht op de uitvoering. De beleidsinformatie die de minister kan aanreiken is vaak beperkter, waardoor de Tweede Kamer beleid minder goed kan controleren en bijsturen. De gekozen financiƫle constructie (algemene of specifieke uitkering) bepaalt grotendeels de mate waarin de minister kan sturen en verantwoordelijkheid kan dragen. In het rapport Financiƫle verhoudingen tussen de bestuurslagen concludeerden we dat de Tweede Kamer niet altijd de juiste perceptie heeft van de mate waarin de minister kan bijsturen en verantwoordelijkheid kan dragen.