U bevindt zich op: Home › Publicaties › Dossiers › Bestuur op afstand › Toezicht
Om de ministeriële verantwoordelijkheid waar te kunnen maken, moet de minister toezicht houden op de taakuitvoering door de rechtspersonen met een wettelijke taak (rwt's) en de besteding van publieke middelen bij de rwt's. Dat is de opvatting van de Algemene Rekenkamer.
Zowel het kabinet als de Algemene Rekenkamer hanteert de volgende definitie van toezicht:
Toezicht is het verzamelen van informatie over de vraag of een
handeling of zaak voldoet aan de daaraan gestelde eisen, het zich
daarna vormen van een oordeel daarover en het eventueel naar
aanleiding daarvan interveniëren.
De minister moet volgens de Algemene Rekenkamer beschikken over een
toezichtsvisie en een toezichtsbeleid waarin sprake is van een
sluitende toezichtsketen. De keten bestaat uit
informatieverzameling, oordeelsvorming en interventies.
Omhoog
De minister moet in de toezichtsvisie aangeven welke algemene eisen worden gesteld aan de verantwoording door rwt's, aan het toezicht door de minister en wat het toezicht moet opleveren. Ministers moeten per rwt of per cluster rwt's bepalen hoe diepgaand hun inzicht in het functioneren van de rwt moet zijn. Afhankelijk daarvan vragen ze informatie en organiseren ze het toezicht.
Omhoog