U bevindt zich op: Home › Over de Algemene Rekenkamer
In de missie van de Algemene Rekenkamer staat wat ons werkterrein is. Dat zijn naast de ministeries ook instellingen op afstand van het Rijk. Bovendien doen we onderzoek naar de controle op EU-gelden.
Veel belangrijke taken die in de wet geregeld zijn, worden uitgevoerd door instellingen op afstand van het Rijk. Dat zijn organisaties en instellingen met een publieke taak, die niet tot de rijksoverheid behoren en die geheel (of gedeeltelijk) betaald worden met publiek geld. Denk bijvoorbeeld aan het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), de NOS, universiteiten en het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI).
Deze ‘rechtspersonen met een wettelijke taak’ (rwt’s) geven jaarlijks in totaal rond de € 110 miljard uit aan onder meer:
Rwt’s hebben uiteenlopende bronnen van inkomsten. Ze krijgen bijvoorbeeld geld binnen via premies die burgers betalen voor sociale zekerheid en zorg. Ook de kosten voor onder andere paspoorten en rijexamens zijn bronnen van inkomsten voor de rwt’s. Tot slot krijgen de rwt’s geld van de rijksoverheid. Daarom is het de taak van de Algemene Rekenkamer om hun financiële huishouding te controleren op rechtmatigheid, doelmatigheid en doeltreffendheid. We zijn alleen bevoegd om onderzoek te doen naar dát deel van het budget van de rwt’s dat van belastinggeld afkomstig is.
OmhoogBij ons onderzoek naar rechtspersonen met een wettelijke taak onderzoeken we ook hoe de verantwoordelijkheid van de minister op een beleidsterrein geregeld is. Ook kijken we naar het toezicht van de minister op instellingen: kan de minister zijn of haar verantwoordelijkheid waar maken? En hoe verantwoordt de instelling en de minister zich over de uitvoering van het beleid? Door de kennis die we in dit onderzoek hebben opgedaan te delen willen we een bijdrage leveren aan goed openbaar bestuur.
OmhoogJaarlijks doet de Algemene Rekenkamer onderzoek naar de controle op EU-gelden in Nederland. We kijken ook naar het beheer van dit geld. We richten ons daarbij onder meer op landbouwsubsidies en op geld dat Europa besteedt aan het wegwerken van structurele economische en sociale verschillen binnen en tussen de EU-lidstaten (de structuurfondsen).