U bevindt zich op: Home › Nieuws › Persberichten
3 opties onderzocht bij vervangen jachtvliegtuig F-16: heroverweeg taken Defensie
De taken en inzet van de Koninklijke Luchtmacht dienen heroverwogen te worden. Ingrijpende besluiten zijn nodig die de krijgsmacht in den brede raken. Dat concludeert de Algemene Rekenkamer na onderzoek naar drie opties bij de vervanging van het jachtvliegtuig F-16. Zet het kabinet het huidige beleid door om samen met de Amerikanen de Joint Strike Fighter te testen en Defensie op de komst van JSF’s voor te bereiden, dan kunnen de ambities van de luchtmacht niet zonder meer budgettair worden ingepast. Besparen door minder JSF’s aan te schaffen vergt bijstelling van de ambitie van Defensie. Dit kan tot nieuwe inzichten leiden over wat het nieuwe jachtvliegtuig moet kunnen, hoeveel toestellen er nodig zijn en hoe er internationaal samengewerkt wordt. Willigt het kabinet daarentegen de wens van de Tweede Kamer in om alle noodzakelijke stappen te nemen om uit het JSF-project te stappen, dan heeft dat ook ingrijpende gevolgen voor de hele krijgsmacht. Op een later moment een militair vliegtuig ‘van de plank’ kopen, betekent wellicht langer met verouderde F-16-toestellen vliegen tegen oplopende kosten en met minder inzetbaarheid.
Onderzoek van de Algemene Rekenkamer naar de uitstapkosten van
de JSF wijst verder uit dat de optie om alleen uit de testfase voor
de JSF te stappen per saldo vooral nadelen voor Nederland heeft en
daarom niet voor de hand ligt.
Het gereserveerde investeringsbudget bij Defensie is niet
toereikend om het huidig aantal F-16-vliegtuigen (68) te vervangen,
laat staan het planaantal (85). Daarom zijn besluiten nodig over de
samenstelling en uitrusting van de Koninklijke Luchtmacht danwel
over het beschikbare budget. De uitgangspunten voor operationele
inzet zijn ook relevant om de NAVO in 2014 te kunnen melden welke
capaciteitsinzet van de F-16’s voor de periode 2014-2019 van
Nederland verwacht mag worden. Het op 25 oktober 2012 gepubliceerde
rapport Uitstapkosten Joint Strike Fighter is op verzoek
van de minister van Defensie opgesteld, nadat de Tweede Kamer in
juli 2012 met een motie de regering opriep alle noodzakelijke
stappen te nemen om uit het JSF-project te stappen.
Nederland heeft voor het JSF-programma inmiddels € 1,2 miljard van de gereserveerde € 1,7 miljard voor voorbereiding, ontwikkeling en testen uitgegeven. Dat is inclusief twee aangekochte testtoestellen. In het rapport wijst de Algemene Rekenkamer erop dat besluitvorming over de koop van JSF’s tijdig moet gebeuren, omdat Nederland als partnerland uiterlijk in 2015 moet bestellen volgens de bestaande productieafspraken met de VS en vliegtuigbouwer Lockheed Martin. De huidige internationale samenwerking in het JSF-programma doorzetten levert functionele voordelen op. Partnerlanden hebben dan op elkaar afgestemde toestellen, systemen en operationele concepten. Er zijn ook risico’s: organisatie en toestel worden complexer, er kunnen nog meer vertragingen optreden en de kosten voor JSF-toestellen kunnen verder stijgen.
De F-16-jachtvliegtuigen zullen geleidelijk vervangen worden.
Aanvankelijk dacht Defensie dit te doen in de periode 2016-2024.
Doordat het ontwikkelen en testen van de JSF vertraagd is, dient de
JSF zich pas drie jaar later als vervanger aan. Zoveel langer met
F-16’s vliegen met gegarandeerde technische kwaliteit kost volgens
de minister € 334 miljoen. Daar komt minstens € 180 miljoen extra
bij als de vertraging oploopt naar vijf jaar.
Zo’n vertraging kan bijvoorbeeld aan de orde zijn als Nederland uit
de testfase of volledig uit het JSF-programma stapt en later
besluit over een vervangend Amerikaans of Europees vliegtuig. In de
tussentijd zijn oude F-16’s niet meer voor alle missies onder alle
omstandigheden inzetbaar. Al in 2011 stelde de Algemene Rekenkamer
vast dat de ambities van Defensie niet in evenwicht zijn met het
beschikbare geld, het aantal piloten en aantal F-16’s. Langer met
een kleinere vloot verouderde jachtvliegtuigen opereren zet de
ambitie verder onder druk.
In zijn reactie op dit onderzoek pleit de minister van Defensie voor de JSF en erkent dat dit aanpassing van de doelstellingen van de krijgsmacht vergt. Hij acht met 56 JSF-toestellen een operationeel verantwoorde taakuitvoering mogelijk met minder en kortere missies. De minister gaat niet in op de optie om uit het JSF-programma te stappen. De Algemene Rekenkamer vindt dat de minister moet aangeven wat het nieuwe aantal van 56 JSF’s betekent voor de luchtmacht, de operationele doelstel-lingen van de krijgsmacht in den brede en dus voor de Nederlandse NAVO-bijdrage.
Defensie is zeven jaar lang de helft van het totale investeringsbudget kwijt als er 68 JSF-toestellen worden besteld (bij 85 JSF’s is dit negen jaar lang). Dit beslag op het budget lijkt het onvermijdelijk te maken dat ook over andere wapen-systemen vergaande keuzes worden gemaakt. Dat kan ook marine en landmacht raken. Het Ministerie van Defensie raamde de kosten van 85 JSF’s in juni op € 8 miljard. Defensie heeft eerder niet meer dan € 4,5 miljard voor de vervanging van de F-16 gereserveerd. Daarvan is inmiddels nog € 4,05 miljard beschikbaar.