U bevindt zich op: Home › Nieuws › Persberichten
Onzekerheid over €1,4 miljard aan uitkeringen voor gemeenten en provincies
De rijksoverheid is er in 2011 niet in geslaagd voldoende zicht te krijgen op de besteding van €1,4 miljard aan specifieke uitkeringen door gemeenten en provincies. Voor de Algemene Rekenkamer was dit aanleiding om bezwaar te maken bij de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). De minister van BZK is namelijk verantwoordelijk voor de goede werking van het systeem van verantwoorden en controleren van deze uitkeringen. Dat heeft de minister aangezet tot het nemen van maatregelen, waarna het bezwaar is ingetrokken. De Algemene Rekenkamer noemt de ontoereikende controle op specifieke uitkeringen desondanks een ernstige onvolkomenheid. Dit probleem zal de komende tijd de nodige aandacht van de minister van BZK en andere betrokken ministers vragen.
‘Bezwaar maken’ is het zwaarste instrument dat de Algemene Rekenkamer heeft en het wordt weinig gebruikt. Wanneer het instrument gebruikt wordt, betekent dit dat de Algemene Rekenkamer ondanks eerdere opmerkingen te weinig vooruitgang ziet in de oplossing van de problemen door de minister. Alleen wanneer de minister naar aanleiding van het bezwaar volgens de Algemene Rekenkamer voldoende maatregelen neemt of aankondigt, wordt het bezwaar opgeheven.
De verschillende ministeries besteedden in 2011 €13,3 miljard
via specifieke uitkeringen aan gemeenten en provincies. Deze
uitkeringen bedragen zo’n 25% van de totale begroting van gemeenten
en 50% van de totale begroting van provincies. De gemeenten en
provincies gebruiken dit geld voor het uitvoeren van taken in
opdracht van het Rijk. Het gaat bijvoorbeeld om taken op het gebied
van rampenbestrijding en tijdelijke stimulering van
woningbouwprojecten.
De minister van BZK is verantwoordelijk voor de afspraken die er
met de decentrale overheden zijn gemaakt over de verantwoording
over de besteding van specifieke uitkeringen door gemeenten en
provincies. In 2011 riep de Algemene Rekenkamer de minister van BZK
al op actie te ondernemen omdat een deel van de
accountantscontroles bij de gemeentelijke verantwoordingen niet
toereikend was, waardoor het kabinet niet met zekerheid weet of de
specifieke uitkeringen zo zijn besteed als de bedoeling
was.
De minister van BZK wijst in haar reactie op een verbeterplan
dat ze heeft gemaakt om de problemen op te lossen. De Algemene
Rekenkamer is van mening dat dit plan een goede start is om de
problemen op te lossen en heft daarom het bezwaar op.
Tegelijkertijd noemt de Algemene Rekenkamer de acties te reactief
van aard. Het accent van het plan ligt op het overleggen met en
informeren van betrokken partijen, zoals gemeentes, provincies en
accountantskantoren. De Algemene Rekenkamer vindt dat de minister
actiever moet bewaken en sturen dat betrokken ministers, gemeenten
en provincies en hun accountants de verbeteracties goed
uitvoeren. Bovendien is de Algemene Rekenkamer van mening dat veel
acties niet voldoende geconcretiseerd zijn: oplevermomenten
ontbreken bijvoorbeeld.
De begroting van het Ministerie van BZK omvat € 5,3 miljard aan
uitgaven. Op het departement werken 9128 FTE’s.
De financiële informatie in het Jaarverslag is deugdelijk
weergegeven en de jaarrekening en saldibalans zijn - met
uitzondering van de gesignaleerde fouten en onzekerheden -
rechtmatig tot stand gekomen.
De Algemene Rekenkamer beveelt de minister aan de Tweede Kamer in ieder geval in augustus en november 2012 te informeren over de voortgang die wordt gemaakt op dit dossier. De brieven van de minister van BZK met daarin de resultaten en analyse hierover zullen door de Algemene Rekenkamer van een reactie worden voorzien en de Tweede Kamer wordt hierover afzonderlijk geïnformeerd.