Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

U bevindt zich op: Home Nieuws Persberichten

Minder uren jeugdbescherming en -reclassering per kind

Bureaus jeugdzorg moeten administraties verbeteren, staatssecretaris van VenJ wil financieel bijpassen

Het inzetten van minder personeel per kind dan volgens de uitvoeringsafspraken, is bij de uitvoering van justitiële maatregelen de belangrijkste methode om de begrotingen van de bureaus jeugdzorg sluitend te houden. Daardoor worden kinderen bij bijvoorbeeld een ondertoezichtstelling (OTS) gemiddeld minder begeleid dan volgens afspraken tussen de bureaus jeugdzorg en het Ministerie van Veiligheid en Justitie (VenJ) nodig is voor een verantwoorde uitvoering. De administraties van de bureaus jeugdzorg moeten ingericht worden op het berekenen van de kostprijs van maatregelen. De uitkomst van dit onderzoek is voor de staatssecretaris van VenJ aanleiding om een financiële toezegging te doen.

Dat staat in het rapport Kosten van jeugdbescherming en jeugdreclassering dat op 7 december 2011 verschijnt. De Algemene Rekenkamer onderzocht hoe de bureaus jeugdzorg omgaan met eventuele financiële tekorten en hoe hun administraties verbeterd kunnen worden.

De uitvoering van jeugdbeschermings- en reclasseringsmaatregelen die door de rechter worden opgelegd, wordt gedaan door bureaus jeugdzorg en landelijk werkende instellingen. Het Ministerie van VenJ betaalt de uitvoering via een uitkering aan de provincies, die op hun beurt de bureaus jeugdzorg subsidiëren.
Het Ministerie van VenJ betaalt ruim € 0,3 miljard per jaar aan de bureaus jeugdzorg die in Nederland de maatregelen bij gedwongen hulpverlening aan kinderen uitvoeren. Voor andere taken hebben deze bureaus nog andere inkomstenbronnen. 
De bureaus jeugdzorg, de provincies en het Ministerie van VenJ hebben in 2007 uitvoeringsafspraken gemaakt. Deze uitvoeringsafspraken geven aan hoeveel uur zorg een kind in wiens belang een maatregel is opgelegd gemiddeld moet krijgen. In de praktijk zeggen zestien van de achttien bureaus jeugdzorg minder personeel in te zetten dan volgens de uitvoeringsafspraken. De provincies verlangen over het algemeen namelijk een sluitende begroting. Wanneer de bureaus jeugdzorg zich wel aan de afspraken houden en meer mensen inzetten, zullen de tekorten op de begrotingen van de bureaus jeugdzorg oplopen.

Het onderzoek door de  Algemene Rekenkamer is gedaan op verzoek van de staatssecretaris van VenJ en levert een bijdrage aan de lopende discussie over de financiering van de jeugdbescherming en -reclassering tussen de staatssecretaris, de provincies (IPO) en Jeugdzorg Nederland, de koepel van uitvoerders van jeugdbescherming en jeugdreclassering.

 

Geen inzicht in tekort jeugdzorg, verbeteren administratie nodig

De bureaus jeugdzorg, provincies en de staatssecretaris van VenJ konden het tot nu toe niet eens worden over de financiering van de gedwongen hulpverlening. Dat komt doordat er geen inzicht is in de kostprijs van gedwongen hulpverlening. De begrotingen leveren geen bruikbare informatie op, omdat de bureaus jeugdzorg al krapper begroten dan volgens de uitvoeringsafspraken. In 2010 deed consultantsbureau Deloitte al onderzoek naar de werkelijke kostprijzen van justitiële maatregelen in de jeugdzorg. De Algemene Rekenkamer constateert dat er op dit moment niet meer of betere informatie beschikbaar is dan het rapport van Deloitte, vanwege  de beperkingen in de administraties van de bureaus jeugdzorg. De Algemene Rekenkamer raadt de bureaus jeugdzorg aan om te werken aan een administratief systeem waarmee per maatregel de gerealiseerde kostprijs kan worden bepaald. De Algemene Rekenkamer laat in het rapport zien hoe zij hun administraties zo kunnen aanpassen dat dit mogelijk wordt.

 

Reactie VenJ, IPO en Jeugdzorg Nederland

De staatssecretaris van VenJ schrijft in reactie op het rapport dat hij zich herkent in de conclusies. Wanneer de bureaus jeugdzorg hun administraties verbeteren zoals de Algemene Rekenkamer voorstelt, zal de staatssecretaris zijn bijdrage verhogen. Volgens de Algemene Rekenkamer moeten structurele verbeteringen in de administraties in 2013 mogelijk zijn. Jeugdzorg Nederland onderschrijft de conclusies over de administratie niet, maar wil wel praten over een aanpassing daarvan als de staatssecretaris van VenJ de uitkering verhoogt. Het IPO herkent zich in het rapport en staat achter aanpassing van de administratie, in goed overleg met de bureaus jeugdzorg. Ook het IPO wil op korte termijn een verhoging van de uitkering van VenJ.

 

Volledige versie