U bevindt zich op: Home › Nieuws › Persberichten
Ministeries gebruiken vaak al open ICT-technologie
De mogelijkheden voor de rijksoverheid om te besparen door meer gebruik te maken van open ICT-technologie (open standaarden en opensource-software) zijn beperkt. Het Rijk maakt al veel gebruik van open software. Open software is niet gratis, al zijn er geen licentiekosten. Met invoering, exploitatie (zoals beheer van updates) en onderhoud zijn ook bij open technologie kosten gemoeid. Softwareaanschafkosten, en daarbinnen de licentiekosten, vormen een beperkt deel van de ongeveer € 2,1 miljard die alle ministeries aangeven tezamen in 2009 aan ICT-kosten te hebben gemaakt. Strategische rijksdoelen dienen volgens de Algemene Rekenkamer de inzet van ICT te bepalen. Besluiten over software alleen benaderen vanuit het oogmerk kosten te besparen, is een te beperkt perspectief.
Volgens opgave van de ministeries is in 2009 € 88 miljoen aan
licentiekosten uitgegeven voor gesloten software waarvoor ook open
varianten op de markt waren. Dat bedrag komt overeen met circa 4 %
van de totale ICT-uitgaven die de ministeries aangeven in dat jaar
te hebben gedaan. Dat schrijft De Algemene Rekenkamer in het
rapport Open standaarden en opensource-software bij de
rijksoverheid, gepubliceerd op 15 maart 2011.
Omschakelen naar opensourcesoftware kan, indien beschikbaar, soms
tot besparingen leiden, maar niet per se. Het kan ook
kapitaalvernietiging betekenen, omdat het Rijk tal van lopende
licentieafspraken heeft. Ontwikkelingen in de dynamische
softwaremarkt tenderen naar applicaties met mengvormen van open en
gesloten software. Ministers verantwoorden zich niet over hun
beleid voor open standaarden, hoewel dit sinds 2008 verplicht is.
Hoeveel geld ministeries per jaar aan software uitgeven, is
niet rechtstreeks in hun administratie te vinden,
omdat het ook niet apart geadministreerd hoeft te
worden. De Algemene Rekenkamer heeft daarom op basis van globale
schattingen van de ministeries en gesprekken daarover de
softwarekosten in beeld gebracht. Afhankelijk van taken en omvang
geven ministeries per jaar € 5,5 miljoen tot € 560 miljoen aan ICT
uit. De licentiekosten maken een beperkt deel daarvan uit.
Volgens de Algemene Rekenkamer moeten organisatiedoelen leidend
zijn bij het Rijk. Daaruit vloeien de informatie- en de
ICT-strategie voort. In de ICT-strategie wordt onder meer bepaald
welke softwarefuncties nodig zijn. Pas als dat vastgesteld is kan
in de concrete situatie bepaald worden welke open of gesloten
standaarden en software bruikbaar zijn.
Aanbevelingen Algemene Rekenkamer
De Tweede Kamer bevelen we aan geen al te hoge verwachtingen te
hebben over kostenbesparingen met open technologie.
Kostenbewustzijn is van belang, maar het rijksbeleid bij ICT laten
bepalen door kostenbesparingen is een te beperkt perspectief. De
Algemene Rekenkamer beveelt de ministers daarnaast aan
‘efficiëntere bedrijfsvoering van de overheid’ duidelijk te
onderscheiden van beleidsdoelen voor ‘marktordening voor software’.
Voor dat laatste is de minister van Economische Zaken, Landbouw en
Innovatie (EL&I) verantwoordelijk.
De chief information officer Rijk (CIO, een hoge ambtenaar op het
Ministerie van Binnenlandse Zaken) heeft samen met de CIO’s van
andere ministeries een sleutelrol. Hij moet bevoegdheden krijgen om
vanuit een strategisch perspectief een consistente ICT-aanpak te
bevorderen. De coördinerend minister van BZK wordt aanbevolen na te
gaan of strategische doelen ten grondslag liggen aan de keuzes in
het ICT-beleid. Alle ministeries zouden medio 2012 aan de criteria
hiervoor moeten voldoen.
Ook wordt de minister van BZK aanbevolen regelmatig de Tweede Kamer
te informeren over de ICT-strategie en de voortgang daarvan.
De minister van BZK coördineert het rijksbeleid voor ICT en
stelt mede namens de minister van EL&I in reactie op dit
rapport dat open standaarden vooral een voordeel kunnen zijn
vanwege hun kwaliteit. Op lange termijn bieden die mogelijkheden,
zeker als de ICT-omgeving bij de overheid minder complex gemaakt
wordt. Hoe dit zal gebeuren en wanneer dat gerealiseerd is, geeft
de minister niet aan. Evenmin geeft de minister aan hoe hij de
Kamer gaat informeren.
Open standaarden zijn openbaar toegankelijke
afspraken hoe organisaties samenwerken met applicaties,
softwarecomponenten en netwerken (bijvoorbeeld XML en HTML). Een
gesloten standaard wordt via het octrooirecht beschermd en levert
de eigenaar royalty’s op (bijvoorbeeld MP3).
Bij opensourcesoftware (bijvoorbeeld Firefox) is
de broncode van het computerprogramma bekend; iedereen kan deze
verbeteren en verspreiden. Dit in tegenstelling tot
closedsourcesoftware, waar de leverancier tegen betaling aan een
gebruiker levert. Zo heeft het Ministerie van Defensie in 2010 om
de beveiliging te verbeteren en een stabiel systeem voor alle
medewerkers te garanderen een internetvoorziening in gebruik
genomen gebaseerd op opensourcesoftware. Dit kan jaarlijks € 1
miljoen besparen, zegt het ministerie. Maar investerings- en
trainingskosten zijn hierbij niet meegeteld.
Tijdens dit onderzoek heeft de Algemene Rekenkamer in een
discussiegroep op netwerksite LinkedIn betrokkenen informatie laten
uitwisselen over opensourcesoftware. Deze vorm van crowdsourcing is
mede bedoeld om ervaring op te doen met het betrekken van burgers
bij lopend Rekenkameronderzoek.