U bevindt zich op: Home › Nieuws › Persberichten
Traditiegetrouw publiceert de Algemene Rekenkamer tegelijkertijd met het eigen jaarbericht Verslag 2009 ook een aantal zogenoemde Terugblikken. In deze onderzoeken is nagegaan tot welke maatregelen de rijksoverheid is gekomen naar aanleiding van conclusies en aanbevelingen uit eerder onderzoek van de Algemene Rekenkamer. Hieronder toelichting op de terugblikken Functioneren Kustwacht (oorspronkelijk gepubliceerd in april 2005 en maart 2007), Zorgleerlingen in primair en voortgezet onderwijs (uit januari 2005), Subsidieregeling Milieukwaliteit Elektriciteitsproductie (uit mei 2007) en Immigratie- en Naturalisatiedienst (uit september 2005).
Het functioneren van de Immigratie- en
Naturalisatiedienst (IND) is na het Rekenkamerrapport uit 2005
duidelijk verbeterd. Maar nog niet alle beoogde doelstellingen zijn
door de IND bereikt.
Twinning met de Sociale Verzekeringsbank
heeft bijgedragen aan een flink aantal verbeteringen binnen de IND.
De IND is telefonisch beter bereikbaar, het aantal klachten is
aanzienlijk minder en de tevredenheid van de klanten is toegenomen.
De meeste bezwaarschriften zijn in 2009 weliswaar sneller
afgehandeld dan het geval was in 2004, maar nog steeds niet tijdig
genoeg. Ook is de vreemdelingenketen vereenvoudigd. Met sommige
partners moeten de afspraken nog worden vastgelegd, bijvoorbeeld
met de Koninklijke Marechaussee.
Keerzijde van de verbeteringen van afgelopen jaren is dat de
uitgaven van de IND nog steeds boven budget zijn. Het
exploitatietekort in 2009 is uitgekomen op € 34 miljoen.
Opbrengsten via leges dekken nog maar ruim een derde deel van de
kosten (was tweederde in 2004). Aanpassing van de legestarieven is
slechts beperkt mogelijk.
De IND verwacht met een nieuw veelomvattend ICT-programma op
termijn per jaar € 45 miljoen te kunnen besparen. Volgens de
Algemene Rekenkamer staat nog niet vast of dit INDIGO-programma
volledig op tijd (in 2011) operationeel is.
Reactie minister van Justitie en nawoord Algemene
Rekenkamer
De minister van Justitie heeft op dit onderzoek gereageerd. De
bewindsman verwacht dat met verdere maatregelen de IND uiteindelijk
bezwaarprocedures binnen de wettelijke termijn kan afhandelen. Deze
termijn wordt binnenkort naar verwachting verlengd. De kritiek op
de samenwerkingsafspraken deelt de minister niet geheel. Volledige
kostendekkendheid van de IND is volgens de minister niet mogelijk.
De Algemene Rekenkamer stelt in haar nawoord dat door afspraken
binnen de vreemdelingenketen de kans verkleind kan worden dat ten
onrechte visa worden afgegeven.
Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) kan
nog steeds niet beoordelen of zorgleerlingen het onderwijs krijgen
dat bij hen past. Dat concludeert de Algemene Rekenkamer in de
Terugblik Zorgleerlingen in het primair en voortgezet
onderwijs.
Door het ontbreken van systematische evaluatie van het
beleid kan het ministerie ook niet beoordelen of het geld voor
zorgleerlingen efficiënter en effectiever besteed had kunnen
worden. Positief punt is dat het Ministerie van OCW het toezicht op
het zorgbeleid van scholen voor deze groep leerlingen structureel
heeft versterkt.
In Nederland zijn er volgens de Inspectie van het Onderwijs circa
300.000 leerlingen in primair en voortgezet onderwijs die extra
zorg nodig hebben, 270.000 van hen met een indicatie voor een
vorm van speciaal onderwijs. Voor onderwijs aan deze leerlingen is
op basis van drie verschillende regelingen in totaal ongeveer € 2,2
miljard per jaar beschikbaar.
In het Terugblikrapport heeft de Algemene Rekenkamer
onderzocht of de aanbevelingen uit de rapporten uit 2005
‘Weer Samen Naar School; Zorgleerlingen in het primair
onderwijs’ en ‘Zorgleerlingen in het voorbereidend
middelbaar beroepsonderwijs’ zijn opgevolgd door OCW. In dat
jaar concludeerden we dat de minister van OCW geen inzicht had in
de effecten van het beleid voor zorgleerlingen. De minister kon
geen relatie leggen tussen de gestelde doelen, de behaalde
resultaten en de financiële middelen die hiervoor nodig waren. Ook
stelden wij in 2005 dat het toezicht op de uitvoering van het
beleid onvoldoende was.
Toezicht op zorgbeleid samenwerkingsverbanden
ontbreekt
Uit het terugblikonderzoek blijkt dat de minister van OCW nog
steeds niet kan beoordelen of het beleid voor zorgleerlingen
bijdraagt aan het daarvoor gestelde doel, namelijk dat leerlingen
die zonder extra zorgbegeleiding niet of moeilijk mee kunnen komen
toch het onderwijs krijgen dat bij hen past, zodat zij zich
optimaal kunnen ontwikkelen. Terwijl het toezicht op het zorgbeleid
van scholen is versterkt, ontbreekt nog steeds inhoudelijk toezicht
op het functioneren van samenwerkingsverbanden van scholen. Deze
samenwerkingsverbanden verdelen na invoering van de nieuwe plannen
in totaal minstens €775 miljoen van het beschikbare bedrag en
moeten gezamenlijk tot een zorgplan en de verdeling van de
financiële middelen komen.
Reactie minister van OCW en nawoord Algemene Rekenkamer
De minister voert aan dat het nieuwe beleidsconcept
Passend Onderwijs de oplossing is voor deze tekortkomingen. Met de
opzet van dit concept is het ministerie in 2005 gestart, maar van
invoering is nog geen sprake. De Algemene Rekenkamer vindt het van
groot belang dat de aanpak van tekortkomingen niet langer
uitgesteld wordt en niet afhankelijk wordt gemaakt van toekomstig
beleid en dringt aan op actie.
In de tweede terugblik die de Algemene Rekenkamer
uitbrengt na het oorspronkelijk onderzoek naar het functioneren van
de Kustwacht Nederland in april 2005 (eerste terugblik is in
2007 gepubliceerd) wordt geconstateerd dat dit samenwerkingsverband
van zes ministeries inmiddels is omgezet in één organisatie. Met
dit besluit van het kabinet uit 2006 en geleidelijke invoering is
de wens om de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden helder
te krijgen ingevuld.
Een adviesbureau heeft op verzoek van de directeur
van de Kustwacht en vertegenwoordigers van de ministeries van
Verkeer en Water en van Defensie in december 2009 vastgesteld dat
de aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer uit 2005 opvolging
hebben gekregen. Dat onderschrijft de Algemene Rekenkamer, net als
de vaststelling dat de conclusies van de Algemene Rekenkamer uit
2007 ter hand zijn genomen. Knelpunten zijn opgelost. Beleid en
prestaties zijn inmiddels helder vastgelegd. Er is sprake van een
grote verbetering in de wijze waarop de Kustwacht de noodzakelijke
mensen en middelen (schepen en vliegtuigen) verkrijgt, aanwendt en
verantwoordt. Het gezamenlijk optreden is bevorderd door alle
ambtenaren, ongeacht van welk ministerie zij afkomstig zijn, de
bevoegdheid te geven om toezicht te houden en op te sporen.
De Algemene Rekenkamer stelt onzekerheden vast bij twee
subsidieregelingen voor groene energie.
Volgens deze subsidieregelingen krijgt het bedrijf of de burger een
gegarandeerde opbrengst voor opgewekte elektriciteit (en bij SDE
ook gas). De hoogte van de subsidie hangt af van de energieprijs.
In mei 2007 concludeerde de Algemene Rekenkamer dat het toezicht op
de subsidieregeling Milieukwaliteit Elektriciteitsproductie (MEP)
tekort schoot. Deze subsidie uit juli 2003 strookte bovendien niet
geheel met het Nederlandse beleid voor een betrouwbare, schone en
betaalbare energievoorziening. Zo is biomassa niet altijd even
duurzaam (bijvoorbeeld winning van palmolie) en ontvingen
stroomproducenten voor onder meer windmolens soms te veel
MEP-subsidie. De minister van Economische Zaken (EZ) sloot het
loket voor nieuwe subsidieaanvragen MEP plots in augustus 2006,
omdat het vooraf vastgestelde milieudoel in 2010 zeker gehaald zou
worden (tot 2017 wordt nog stroom opgewekt met hulp van
MEP-subsidie). De Algemene Rekenkamer stelde in 2007 dat het niet
zeker is of het beleidsdoel – in Nederland 9 % van de
benodigde elektriciteit duurzaam produceren – in 2010 gehaald
wordt. Dit doel lijkt inmiddels binnen bereik. Welke bijdrage de
MEP-regeling hieraan geleverd heeft kan pas later vastgesteld
worden.
SDE opvolger van regeling MEP
In april 2008 stelde de minister van EZ als
opvolger de regeling Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE)
in. SDE is geen zogenaamde openeinderegeling, wat de MEP nog wel
was. De informatie over hoeveel geld naar MEP-subsidies en hoeveel
naar SDE-subsidies gaat, kan transparanter.
Verder heeft het kabinet besloten dat vanaf 2011 of 2012 de MEP en
SDE gefinancierd worden via een opslag die burgers en bedrijven bij
de afname van stroom en gas moeten betalen. Hoe de verdeling tussen
bedrijven en burgers gaat uitvallen, moet nog worden besloten.
Financiering via deze opslag (heffing) geeft volgens het kabinet
meer zekerheid over de betaalbaarheid van beide subsidieregelingen.
De gevolgen voor de koopkracht zijn echter een politiek punt van
discussie; in 2006 werd besloten deze wijze van financiering van de
MEP-regeling los te laten aangezien deze te zwaar drukte op de
koopkracht. Een heffing brengt het risico met zich mee dat voor de
Tweede Kamer het zicht op de financiële gevolgen van deze
regelingen nog minder zal zijn.
Of op een duurzamere wijze biomassa ingezet wordt, moet deels
blijken als eind dit jaar nieuwe EU-criteria van kracht worden. De
minister kan daadkracht tonen bij het maken van afspraken over deze
criteria. Die criteria gelden voor vloeibare biomassa en alleen
voor nieuwe subsidietoekenningen, en zeggen dus niets over het
‘groene’ karakter van projecten die al eerder MEP- of SDE-subsidie
hebben gekregen. De minister kan voortvarender vastleggen hoe
accountants controle moeten uitoefenen op deze subsidieregelingen,
zodat achteraf op uniforme wijze kan worden vastgesteld of er op
voldoende duurzame wijze energie is geproduceerd.
Rapport Stand van zaken integriteitszorg Rijk 2009 en
Verslag 2009
Op 25 maart 2010 publiceert de Algemene Rekenkamer, naast de vier
bovengenoemde terugblikrapporten, ook het rapport Stand van zaken
integriteitszorg Rijk 2009, het Verslag 2009, het Werkprogramma
2010 en de Strategie 2010-2015. Zie separaat persbericht.
Noot voor de redactie
Persvoorlichter Joost Aerts [070] 342 41 89 / 06 20 24 87 03 voor
de Terugblikken over IND, Kusrtwacht en MEP. hoofd Communicatie
Nicole Raaijmaakers voor de Terugblik over zorgleerlingen. De
rapporten en Verslag 2009 zijn te vinden op www.rekenkamer.nl
en op te vragen via [070] 342 44 00.