U bevindt zich op: Home › Nieuws › Persberichten
Voorzieningen voor zwerfjongeren groeien licht. Informatievoorziening hapert.
‘Alle zwerfjongeren van straat’, dat is de nieuwe ambitie van de minister voor Jeugd en Gezin, de staatssecretaris van VWS en betrokken partijen. De Algemene Rekenkamer ziet in 2009 een lichte groei in soorten voorzieningen - van preventie tot nazorg - voor zwerfjongeren. Nu hebben 28 van de 43 centrumgemeenten voor maatschappelijke opvang bijna alle soorten voorzieningen, in 2007 waren dit nog 23. Er blijven echter teveel gemeenten waar niet alle soorten voorzieningen beschikbaar zijn. De registratie van zwerfjongeren blijft ook in 2009 ontoereikend; een eenduidige definitie ontbreekt nog steeds. Hoeveel zwerfjongeren er in Nederland zijn, is daardoor niet bekend. De bewindspersonen hebben zich in 2009 ingezet voor betere informatie over zwerfjongeren. De resultaten zijn desondanks beneden verwachting.
Tot deze conclusies komt de Algemene Rekenkamer in haar rapport
‘Opvang zwerfjongeren 2009’, dat op donderdag 17 december 2009 is
gepubliceerd.
Zevende onderzoek naar zwerfjongeren sinds 2002
Sinds het eerste onderzoek in 2002 heeft de Algemene
Rekenkamer in 2003, 2004, 2005, 2007 en 2008 onderzoek gedaan naar
opvang van zwerfjongeren. In het rapport 2004 werd het aantal
zwerfjongeren op 3000 à 5000 geschat, in 2007 op basis van een
enquête op ca. 6000. Recentere cijfers zijn niet beschikbaar. De
Algemene Rekenkamer zag in 2007 voor het eerst positieve
ontwikkelingen in voorzieningen. In het volgende rapport uit
december 2008 sprak de Algemene Rekenkamer de hoop uit dat het
moment ging naderen dat zwerfjongeren zelf gaan ervaren dat hun
problemen tijdig herkend, erkend en aangepakt worden. Daarbij
constateerde zij dat zwerfjongeren onder 18 jaar nog onderbelicht
bleven in de plannen van de centrumgemeenten.
Aandacht voor uitvoering beleid blijft nodig
Op 21 september 2009 hebben de bewindspersonen en betrokken
partijen (VNG IPO, Stichting Zwerfjongeren Nederland, Federatie
Opvang, Maatschappelijke Ondernemersgroep) de gemeenschappelijke
ambitie ‘Alle zwerfjongeren van straat’ uitgesproken. De toegenomen
beleidsaandacht in 2009 is positief maar heeft ook het risico van
stapeling van beleid. De Algemene Rekenkamer signaleert in 2009
veel initiatieven op landelijk en lokaal niveau. De initiatieven
gericht op de vroege signalering van zwerfjongeren, zoals de
Verwijsindex risicojongeren en de Centra voor Jeugd en Gezin,
kunnen een belangrijke bijdrage leveren, maar moeten dan wel benut
worden voor zwerfjongeren. Het gaat er namelijk uiteindelijk om dat
zwerfjongeren zelf ervaren dat hun problemen (h)erkend en aangepakt
worden.
Voorzieningenaantal groeit licht, maar onduidelijk of het
adequaat is
De beschikbaarheid van soorten voorzieningen voor zwerfjongeren is
in 2009 ten opzichte van 2007 verbeterd (soorten voorzieningen:
preventie, signalering, opvang, begeleiding en nazorg). Nu hebben
28 van de 43 centrumgemeenten bijna alle voorzieningen, in 2007 was
dit nog beperkt tot 23. Er zijn meer gemeenten met een inloophuis
en een coördinatiepunt voor zwerfjongeren. Pensions gericht op
zwerfjongeren zijn het minst breed beschikbaar. 23 centrumgemeenten
beschikken over een pension met in totaal circa 600 opvangplaatsen
(in 2002 waren er 250 opvangplaatsen). Naast deze opvangplaatsen
zijn er sinds twee jaar ook andere woonvoorzieningen voor
(risico)jongeren met in totaal zo’n 1200 plaatsen. De Algemene
Rekenkamer tekent bij deze gegevens aan dat het nog niet wil zeggen
dat voorzieningen ook in voldoende mate en tijdig beschikbaar zijn
en aansluiten bij de hulpvraag van de jongere.
Informatievoorziening hapert; eenduidige definitie
ontbreekt nog steeds
De afgelopen jaren heeft de Algemene Rekenkamer de bewindspersonen
jaarlijks aanbevolen zich in te zetten voor betere informatie over
zwerfjongeren. De inzet is er in 2009 geweest, maar de resultaten
zijn desondanks beneden verwachting. In januari 2008 heeft de
staatssecretaris van VWS toegezegd om te komen tot een nieuwe
definitie. Op dit moment is deze er nog steeds niet. Zonder
definitie blijft het uniform tellen en registreren en de verdere
ontwikkeling van beleid voor zwerfjongeren haperen.
Reactie bewindspersonen en nawoord Algemene
Rekenkamer
De minister voor Jeugd en Gezin en de staatssecretaris van VWS
hebben gereageerd op het rapport. Zij zijn zeer verheugd over met
name de groei van het aantal plekken in speciale jongerenpensions
en meer recentelijk andere woonvoorzieningen. Zij verwijzen
vervolgens naar de ambitie ‘alle zwerfjongeren van straat’, waaraan
alle betrokken partijen zich hebben gecommitteerd. Zij streven
ernaar om begin 2010 een plan gereed te hebben voor de aanpak van
de problemen van zwerfjongeren. De Algemene Rekenkamer is in haar
nawoord minder positief over het tempo waarin de ontwikkelingen
gaan. Zo is de overdrachtproblematiek van 18+ jongeren van
jeugdzorg naar maatschappelijke opvang na zeven jaar nog niet
voldoende opgelost. Er zijn daarnaast teveel gemeenten waar nog
steeds niet alle voorzieningen beschikbaar zijn. Ook dringt de
Algemene Rekenkamer aan op het zo vroeg mogelijk in 2010
beschikbaar komen van de definitie om te bewerkstelligen dat eind
2010 voor het eerst betrouwbare gegevens over deze kwetsbare groep
jongeren beschikbaar zijn. De Algemene Rekenkamer besluit met de
constatering dat het nu zaak is om de daad bij het woord van de
nieuwe ambitie ‘alle zwerfjongeren van straat’ te voegen.
Op www.rekenkamer.nl/zwerfjongeren is een interactieve kaart te
vinden met onder meer informatie over soorten voorzieningen
voor zwerfjongeren per centrumgemeente.