U bevindt zich op: Home › Nieuws › Persberichten
Op voorhand is niet duidelijk of Rijk, provincie of gemeente verantwoordelijk is
De Algemene Rekenkamer wijst op het vervagen van de financiële verhoudingen tussen het Rijk, provincies en gemeenten. Naast specifieke uitkeringen en de algemene uitkeringen uit het Provincie- en Gemeentefonds zijn er nieuwe vormen gecreëerd zoals integratie- en decentralisatie-uitkeringen. Door de wijze waarop de uitkeringen worden ingezet, is het vaak niet meer op voorhand duidelijk waarvoor welke bestuurslaag verantwoordelijk is en wie waarop aangesproken kan worden. De Tweede Kamer is dan niet goed in staat om te oordelen over de mate waarin ministers beleid kunnen controleren en beïnvloeden.
Tot deze conclusies komt de Algemene Rekenkamer in haar rapport
‘Financiële verhoudingen tussen de bestuurslagen; geldstromen en
verantwoordelijkheden bij decentraal uitgevoerd beleid’, dat zij op
9 december 2009 publiceert.
Toelichting: algemene en specifieke uitkeringen
Het Rijk legt steeds vaker de uitvoering van beleid
bij provincies en gemeenten. De financiering van dat decentrale
beleid verloopt via algemene uitkeringen (2008: Provinciefonds, €
1,2 miljard en Gemeentefonds, € 16,2 miljard) of specifieke
uitkeringen (2008: € 2,1 miljard voor provincies en € 11,3 miljard
voor gemeenten). Als een minister zelf verantwoordelijkheid wil
dragen voor hoe gemeenten of provincies het geld besteden, kan hij
het beste kiezen voor een specifieke uitkering. Daarbij liggen
doelen en bestedingsvoorwaarden wettelijk vast. Als een minister
die verantwoordelijkheid over wil dragen aan de provincies of
gemeenten dan past een algemene uitkering. Het huidige kabinet wil
gemeenten en provincies meer beleidsruimte geven en streeft er
daarom naar om het aantal specifieke uitkeringen tot 2012 te
halveren (tot hooguit 45).
Algemene uitkeringen: ministers hebben moeite om regie over
te dragen
Per 1 augustus 2008 heeft de rijksoverheid de
integratie- en decentralisatie-uitkering geïntroduceerd. Deze
nieuwe algemene uitkeringen lopen via het Provincie- en
Gemeentefonds, maar worden wel afzonderlijk gebudgetteerd. Als deze
uitkeringsvormen op de juiste manier worden ingezet kunnen zij
bijdragen aan de beoogde vermindering van het aantal specifieke
uitkeringen. Ministers hebben echter in de praktijk moeite om de
regie daadwerkelijk over te dragen aan gemeenten of provincies. De
Algemene Rekenkamer signaleert dat ministeries bij integratie- en
decentralisatie-uitkeringen vaak vooraf voorwaarden blijven stellen
die niet afdwingbaar zijn. Zij lijken daarmee verantwoordelijkheid
te willen dragen voor de wijze waarop gemeenten of provincies het
geld besteden, maar kunnen deze maar beperkt waarmaken. Hierdoor
kan de Tweede Kamer niet goed oordelen over de mate waarin de
minister het beleid kan controleren en beïnvloeden. Een voorbeeld
is de decentralisatie-uitkering ‘Bewonersparticipatie Wijken’. De
minister van WWI vraagt gemeenten bij te houden welke uitgaven er
worden gedaan uit het budget voor bewonersparticipatie. Dit verzoek
past niet bij het karakter van het Gemeentefonds, waarbij geen
bestedingsvoorwaarden worden gesteld. Bovendien kan de minister
niet afdwingen dat gemeenten zich daadwerkelijk verantwoorden over
de bestedingen. De Algemene Rekenkamer beveelt daarom aan om geen
onafdwingbare voorwaarden te formuleren bij de
decentralisatie-uitkering.
Specifieke uitkeringen: ministeriële verantwoordelijkheid
onvoldoende
Kiezen ministers voor een specifieke uitkering, dan moeten zij
voldoende informatie verzamelen om vast te stellen dat het geld
door provincies en gemeenten besteed wordt conform de voorwaarden.
Bij deze uitkeringen geldt echter een steeds vrijer regime met
bijvoorbeeld ruimere bestedingsdoelen. De verantwoording en
controle sluiten niet altijd meer aan op de gestelde eisen,
waardoor ministers hun verantwoordelijkheid voor de specifieke
uitkering in die gevallen onvoldoende kunnen dragen. Een voorbeeld
van verminderde verantwoordingsinformatie is de aanwijzing van de
Ecologische Hoofdstructuur als groot project door de Tweede Kamer
in 2007. Deze aanwijzing betekent dat de Kamer tenminste jaarlijks
geïnformeerd wil worden. De financiering verloopt echter via de
specifieke uitkering Investeringsbudget Landelijk Gebied met een
meerjarige verantwoording. Pas na zeven jaar hoeven gemeenten en
provincies zich aan het Rijk te verantwoorden over de resultaten.
Maak verantwoordelijkheidsverdeling helder
Voor de Algemene Rekenkamer staat voorop dat de
verantwoordelijkheidsverdeling helder moet zijn bij de financiering
van provincies en gemeenten. Zij beveelt het kabinet daarom aan om
duidelijker vast te leggen wat de verantwoordelijkheden en
bevoegdheden van de verschillende bestuurlagen zijn. Zodoende is
ook duidelijk op welke bestuurslaag de democratische controle op
het beleid kan plaatsvinden.
Reactie bewindspersonen en nawoord Algemene Rekenkamer
De staatssecretaris van BZK heeft mede namens de
minister van Financiën gereageerd op het rapport. Zij geeft in haar
reactie aan dat zij het rapport waardevol acht voor verdere
beleidsontwikkeling, ondanks het feit dat zij niet alle conclusies
deelt. De staatssecretaris signaleert ook dat ministers de
beleidsruimte voor medeoverheden bij decentralisatie-uitkeringen
zeer beperken.
In haar nawoord signaleert de Algemene Rekenkamer echter dat naast
de beleidsvrijheid ook de bestedingsvrijheid van gemeenten en
provincies wordt ingeperkt. Hiermee is het vrij besteedbare
karakter van het Provincie- en Gemeentefonds in geding. De Algemene
Rekenkamer vraagt daarom nogmaals een duidelijke stellingname van
de staatssecretaris over hoe vakministers de
decentralisatie-uitkering op dit moment inzetten.