U bevindt zich op: Home › Nieuws › Persberichten
Streven naar duurzame economische groei en werkgelegenheid in Europa
De Europese Lissabonstrategie is voor verbetering vatbaar. Dat kan door minder en concretere doelen. Hiervoor moet Nederland zich inzetten bij de onderhandelingen over nieuwe vrijwillige afspraken tussen EU-landen in 2010 over duurzame economische ontwikkeling en banengroei. Nu zijn de doelen van deze EU-strategie vaak vaag. Nederland legt bij een aantal doelen nationaal de lat hoger dan Europa doet. Maar ook de nationale doelen zijn vaak onvoldoende specifiek of meetbaar noch kennen zij alle een eindtijd in 2010. Rapportages over de voortgang kunnen voor de Tweede Kamer beter bruikbaar gemaakt worden. Met deze voorwaarden kan voorkomen worden dat de Lissabonstrategie vooral symbolische waarde heeft.
De Algemene Rekenkamer publiceert het onderzoeksrapport
Lissabonstrategie voor duurzame economische groei en
werkgelegenheid in Europa op 23 september 2009. Het belang van
de strategie is volgens de Algemene Rekenkamer groot.
In 2000 hebben regeringsleiders in Lissabon (Portugal) afgesproken
dat de EU in 2010 de meest dynamische en concurrerende
kenniseconomie van de wereld moet zijn met een hechtere sociale
samenhang en respect voor het milieu. In 2005 is het doel van deze
strategie verwoord als: duurzame economische groei en meer en
betere banen.
De Lissabonstrategie is gericht op het gebied van
werkgelegenheid, sociaal beleid, onderwijs en industrie.
Vereenvoudiging van het starten van een bedrijf en het streven naar
hooguit 10% vroegtijdige schoolverlaters zijn voorbeelden van de
doelen. Op deze gebieden heeft de EU weinig of geen bevoegdheden.
De 27 EU-lidstaten werken daarom samen op basis van vrijwilligheid.
Door de gevolgen van de kredietcrisis is het bereiken van een
aantal doelen van de Lissabonstrategie verder uit beeld geraakt.
Europese regeringsleiders hebben daarom extra geld toegezegd.
Volgens de jaarrapportages geeft de Nederlandse overheid € 35 miljard per jaar uit aan Lissabondoelen, met name aan werkgelegenheidsbeleid en infrastructuur. Het gaat hierbij veelal om bestaand nationaal beleid. Niet altijd is duidelijk of er voor het bereiken van doelstellingen ander of extra Nederlands beleid nodig is. De EU-strategie lijkt in die gevallen weinig invloed op het nationale beleid van Nederland te hebben. De doelen zijn vaak niet specifiek en meetbaar. EU-afspraken over bijvoorbeeld betere aansluiting van onderwijs op het bedrijfsleven of versterking van het vestigingsklimaat zijn niet concreet ingevuld. Meer dan 40% van de Nederlandse doelen is niet aan de einddatum 2010 gebonden. Zonder deze invulling is het lastig te bepalen of doelen bereikt worden en welke (extra) maatregelen nodig zijn. Nederland stelt op sommige terreinen het doel wel hoger dan de EU als geheel doet. Zo streeft het kabinet naar hooguit 8% vroegtijdige schoolverlaters, de EU naar 10%. Op veertien terreinen heeft Nederland concrete streefgetallen geformuleerd. Uit cijfers over 2000-2008 blijkt dat Nederland drie van deze veertien doelen gaat halen, vier doelen zeer waarschijnlijk niet en van de overige zeven is dat onduidelijk.
De bruikbaarheid van de jaarlijkse Nederlandse Lissabonrapporten schiet tekort. Ze bevatten niet alle begrote en voorgenomen maatregelen, noch welke uitgaven daarmee gemoeid zijn. De rapporten bevatten geen informatie of de kabinetsmaatregelen werken. Ook op een andere manier krijgt de Tweede Kamer geen bruikbaar overzicht van de nationale plannen en resultaten van de Lissabonstrategie. Dit belemmert een debat tussen Kamer en kabinet.
Nu de onderhandelingen beginnen over de Lissabonstrategie ná
2010, beveelt de Algemene Rekenkamer het kabinet aan in te zetten
op minder EU-doelstellingen. Minder en betere doelen horen zoveel
mogelijk vergezeld te gaan van relevante indicatoren en bruikbare
meetwijzen. Dit kan het internationaal uitwisselen van ervaringen
tussen EU-lidstaten en vergelijken van prestaties vergemakkelijken.
Voor een helder jaarlijks overzicht van de resultaten van de
Lissabonstrategie kan de Tweede Kamer met het kabinet afspraken
maken. Bij het schrijven van een nieuw regeerakkoord
(Kamerverkiezingen zijn voorzien in 2011) verdient de aansluiting
tussen nationaal en Europees beleid aandacht.
In reactie op dit rapport neemt de coördinerend minister van
Economische Zaken, mede namens negen collega-bewindspersonen, de
aanbevelingen voor de onderhandelingsinzet over. De minister stelt
tevens dat haar voortgangsrapportages geheel voldoen aan de wensen
van de Europese Commissie.
Op 29 september 2009 blikt de Algemene Rekenkamer in een rapport terug op onderzoek uit 2004 naar verbetering van de informatie die de Tweede Kamer krijgt over de financiële gevolgen voor Nederland van Europees beleid.
Onderzoek | 23-09-2009