U bevindt zich op: Home › Nieuws › Persberichten › Persbericht Buitenlandvergoedingen rijksambtenaren 2002-2008. Deel B: Detacheringen met bezoldiging
Onkostenvergoeding gedetacheerde ambtenaar ondoorzichtig, soms onrechtmatig
De rijksoverheid detacheert maar weinig ambtenaren bij internationale organisaties, zoals VN- of EU-instellingen. Tussen 2002 en medio 2008 gaat het om 501 rijksambtenaren. De rijksoverheid heeft circa 180.000 ambtenaren in dienst en zegt al jaren een stimulerend beleid te voeren om ambtenaren werkervaring in het buitenland te laten opdoen. Ambtenaren die tijdens de detachering hun salarisbetaling via een ministerie behouden (293 van de 501), worden uiteenlopend behandeld bij het toekennen van onkostenvergoedingen. Er bestaan onverklaarbare verschillen in vergoedingen aan ambtenaren van gelijkwaardig niveau, en tussen ministeries.
De Algemene Rekenkamer schrijft in het rapport Buitenlandvergoedingen rijksambtenaren 2002-2008. Deel B: Detacheringen met bezoldiging dat er relatief veel mis is met vergoedingen en toeslagen. Dit is de tweede rapportage die wordt uitgebracht naar aanleiding van een verzoek van de Tweede Kamer om onderzoek te doen naar buitenlandvergoedingen. De eerste rapportage betrof de detacheringen (208) zonder behoud van bezoldiging. De ministeries van Algemene Zaken en van Defensie detacheren geen ambtenaren met bezoldiging in het buitenland. Een aantal andere ministeries doet dit wel. Het gaat om 293 rijksambtenaren in de onderzochte periode van ruim zes jaar. Aan 69% van hen zijn behalve salaris ook onkostenvergoedingen verstrekt (totaal ruim € 23 miljoen), omdat werken in het buitenland extra kosten met zich meebrengt.
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken kent voor detacheringen in
het buitenland hogere vergoedingen toe (de regeling DBZV) dan
andere ministeries, en past die consequent toe. Dit om verschillen
met ambtenaren op een ambassade te voorkomen. Deze regeling geldt
uitdrukkelijk niet voor andere ministeries met uitzondering van het
Ministerie voor Economische Zaken, dat dit in 2007 in een eigen
regeling heeft vastgelegd. Voor detacheringen bij de Europese Unie
geldt de zogenaamde END-regeling. Vergoedingen volgens DBZV vallen
gemiddeld 30% hoger uit dan die volgens de END-regeling. In een
incidenteel geval liep dit verschil op tot € 90.000. Het
tegenovergestelde van hogere onkostenvergoedingen toekennen komt
ook voor. Zo is in een geval een lagere dagvergoeding dan de
END-regeling verstrekt. Deze ambtenaar heeft € 28.000 te weinig aan
vergoeding ontvangen. De Algemene Rekenkamer is tijdens het
onderzoek vaker op dit soort onverklaarbare verschillen gestuit.
Kortom, het toekennen van onkostenvergoedingen voor deze categorie
rijksambtenaren is niet transparant.
Voor het berekenen en toekennen van DBZV-vergoedingen door andere
ministeries dan Buitenlandse Zaken en Economische Zaken (sinds
2007) ontbreekt een rechtsgrond. De Algemene Rekenkamer spreekt
daarom over de afgelopen zes jaar in 22 gevallen van onrechtmatige
vergoedingen. Het gaat hierbij om zeven ministeries. Waarom DBZV in
deze 22 gevallen is toegepast, is veelal onduidelijk.
De registratie van detacheringen moet beter en een centraal
expertisebureau kan helpen bij het vaststellen van voorwaarden.De
minister van Binnenlandse Zaken geeft, mede namens de andere
ministers, in reactie op dit onderzoek aan dat zij niet vindt dat
er relatief veel mis is bij detacheringen. Het ambtenarenreglement
biedt de mogelijkheid naar billijkheid vergoedingen te verstrekken,
aldus de minister. Volgens de Algemene Rekenkamer kan dat niet als
dit niet expliciet in een besluit gemotiveerd is vastgelegd. Als
het Rijk detachering bij internationale organisaties belangrijk
vindt, dan is extra aandacht nodig, ook vanwege goed en zorgvuldig
werkgeverschap. De Algemene Rekenkamer beveelt aan om het
rijksbeleid voor detacheringen te specificeren en met concrete
maatregelen in te vullen. Zo zou elke rijksambtenaar na vijf jaar
een detachering aangeboden kunnen worden. Ook voorbeeldig beleid
van andere landen kan inspireren.
De minister zegt meer aandacht toe voor internationale
detacheringen en neemt de aanbevelingen over voor meer
eenduidigheid in wie wanneer voor onkostenvergoedingen in
aanmerking komt. Standaard na vijf jaar een detachering aanbieden,
acht de minister te ambitieus.
Deel B van dit onderzoek gaat over rijksambtenaren die bij een
buitenlandse organisatie zijn gedetacheerd maar salaris
(bezoldiging) via het uitlenende ministerie behouden. Op 9 april
2009 rapporteerde de Algemene Rekenkamer al over rijksambtenaren
wier salaris tijdelijk door de internationale organisatie is
overgenomen. Deze categorie gedetacheerden krijgt weinig
onkostenvergoedingen. In een kwart van deze gevallen zijn regels
voor onkostenvergoedingen niet correct toegepast, in 40% is ten
onrechte pensioenvoordeel genoten. Tussen april en augustus 2009
hebben ministeries in een aantal gevallen pensioenpremies alsnog
ingevorderd danwel kwijtgescholden.
Onderzoek | 09-04-2009
Onderzoek | 10-09-2009