Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

U bevindt zich op: Home Nieuws Persberichten Opvang zwerfjongeren

Organisatie rond opvang zwerfjongeren schiet tekort

Ook op korte termijn verbetering nodig

De keten van voorzieningen voor zwerfjongeren gericht op preventie, signalering, hulpverlening/begeleiding, dag- en nachtopvang, nazorg, is niet sluitend. Er zijn in Nederland enkele duizenden zwerfjongeren, maar het precieze aantal en de opvangcapaciteit is onbekend omdat de informatie uit registratiesystemen onvoldoende betrouwbaar en actueel is.

Bij de decentralisatie van beleid naar provincies en gemeenten heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) de taken en verantwoordelijkheden op dit gebied niet goed vormgegeven. Dit zou op korte termijn naast structureel ook praktisch moeten worden aangepakt, zo schrijft de Algemene Rekenkamer vandaag in het rapport Opvang zwerfjongeren.

In maart 2001 kon de minister van VWS vragen van de Tweede Kamer over de zwerfjongerenproblematiek niet goed beantwoorden. Dit betrof vragen over: de beleidsdoelstellingen, de toereikendheid van de capaciteit voor zwerfjongeren, de geldstromen en informatievoorziening over prestaties en effecten. In juli 2001 kreeg de Rekenkamer het verzoek van de Tweede Kamer om onderzoek te verrichten naar de opvang van zwerfjongeren.

Aantallen onbekend

Eind jaren tachtig is de leeftijdsgrens voor de Jeugdhulpverlening vanwege bezuinigingen teruggebracht van 23 jaar naar 18 jaar. Jongeren vanaf 18 jaar met ernstige problemen zijn sindsdien aangewezen op de Maatschappelijke Opvang (MO) door gemeenten. Die zijn hier echter niet goed voor toegerust. De laatste tien jaar zijn meer jongeren in een crisissituatie gaan zwerven. Hoeveel jongeren dit zijn, is niet precies bekend omdat er geen goede registratie plaatsvindt. De Algemene Rekenkamer schat dat het in totaal om 2.700 tot 4.700 dak- en thuisloze jongeren tussen de 15 en 25 jaar gaat, die vaak ernstige psychosociale problemen hebben, uit gebroken gezinnen komen, met school zijn gestopt, verslaafd zijn en/of zich crimineel gedragen.

Omdat de omvang van de hulpvraag onvoldoende in beeld kan worden gebracht, kan ook niet worden aangeven of de capaciteit voor opvang en begeleidingstrajecten voldoende is en wat de resultaten zijn. Ook kon de Algemene Rekenkamer niet alle gelden achterhalen die voor zwerfjongeren zijn uitgegeven.

Te weinig beleid, sturing, regie en samenwerking

Het ministerie van VWS heeft geen duidelijke beleidsdoelen geformuleerd voor de opvang van en de hulpverlening aan zwerfjongeren.

In totaal 15 provincies en stadsregio's zijn belast met de Jeugdhulpverlening. Hiervan hebben er zes een coördinerende en sturende rol op zich genomen. Tien van de (in de Maatschappelijke Opvang onderscheiden) 43 centrumgemeenten vervullen een duidelijke regierol, die in de overige gemeenten beperkt of afwezig is. De totstandkoming van veel specifieke voorzieningen voor zwerfjongeren is vaak het gevolg geweest van initiatieven van betrokken maatschappelijke organisaties als het Leger des Heils of zogenoemde Thuislozenteams en zwerfjongerenpensions.

Bij de problematiek zijn minstens 190 organisaties betrokken. De Rekenkamer kon geen volledig beeld krijgen van de voorzieningen in de centrumgemeenten omdat de informatie tekortschiet. Verder is de verantwoordelijkheidsverdeling tussen de overheden niet overal helder en wordt er onvoldoende samengewerkt. Van de 43 centrumgemeenten werken er slechts 10 samen met provincies/ stadsregio's; 16 werken gedeeltelijk samen en de overige 17 niet of het is onbekend. In negen centrumgemeenten zijn jongerenpensions voor dag- en nachtopvang, waarvan het echter onduidelijk is wie ervoor verantwoordelijk is.

Reactie ministerie en aanbevelingen rekenkamer

De minister en staatssecretaris van VWS achten het rapport een goede bijdrage aan het verder vormgeven van het beleid. Hun uitgangspunt is maatwerk voor ieder individu dat hulp nodig heeft; een doelgroepbenadering achten ze minder geschikt. De minister zal een richtinggevend kader opstellen en onderzoeken hoe ze de betrokken provincies en gemeenten kan ondersteunen bij het ontwikkelen van een integraal beleid voor kwetsbare mensen. Zij deelt de constatering van de Algemene Rekenkamer dat de keten nog lang niet overal optimaal functioneert en sluitend is. VWS zegt toe nog dit jaar met financiers en veldpartijen te overleggen hoe de keten in de praktijk beter vorm kan krijgen en na te gaan welke rol het Rijk daarbij kan spelen.

In haar nawoord benadrukt de Algemene Rekenkamer het belang van een goed inzicht in de hulpvraag en een goede registratie. De Algemene Rekenkamer dringt er voorts op aan naast het structureel verbeteren van de aanpak ook op afzienbare termijn een praktische verbetering tot stand te brengen.

Onderzoeken naar schoolverlaters en jeugdcriminaliteit

De Rekenkamer heeft nog twee onderzoeken gedaan op het terrein van de jeugdproblematiek: Begeleiding en herplaatsing voortijdige schoolverlaters (december 2001) en Preventie en bestrijding jeugdcriminaliteit (uit te brengen op 28 maart a.s.). Ook uit deze onderzoeken blijkt dat de registratie van jongeren met (potentiële) problemen het eerste knelpunt is. Samenwerking om de problemen in het jeugdbeleid aan te pakken is nog niet goed van de grond gekomen.

 

Verwant onderzoek

Volledige versie