Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

U bevindt zich op: Home Actueel Onderzoeksrapporten

Aansturing van ProRail door het Ministerie van Verkeer en Waterstaat

Sturen op prestaties

We hebben onderzoek gedaan naar de aansturing van infrastructuurbeheerder ProRail door het Ministerie van Verkeer en Waterstaat (VenW). We hebben daarbij gekeken naar hoe het ministerie zijn opdrachtgeverschap invult en hoe het hierin verder kan groeien. Aanleiding van dit onderzoek is de nieuwe wijze van aansturing per 1 januari 2008, waarbij het ministerie ProRail aanstuurt op basis van vooraf afgesproken prestaties. Deze outputsturing moet ProRail prikkelen tot doelmatige prestaties.


Uit ons onderzoek blijkt dat het Ministerie van VenW ProRail afgelopen jaren daadwerkelijk meer is gaan aansturen op vooraf afgesproken prestaties. Wel vinden we het niet langer passend dat de minister van VenW daarbij optreedt als aandeelhouder van ProRail. Met de huidige wijze van aansturen wil de minister afstand nemen van de manier waarop ProRail de vooraf afgesproken resultaten wil behalen (operationele aansturing). Deze operationele aansturing van ProRail was de reden dat niet de minister van Financiën (verantwoordelijk voor staatsdeelnemingen), maar de minister van VenW aandeelhouder is van ProRail.

Bovendien concluderen we in ons rapport dat het toezicht op de naleving van de consessie door ProRail en het beleid in handen is van dezelfde directie van het Ministerie van VenW. Door dit risico op dubbele petten en belangenverstrengeling is de onafhankelijkheid van het toezicht op ProRail niet gewaarborgd.

Daarnaast constateren we dat het Ministerie van VenW over onvoldoende instrumenten beschikt om in te kunnen grijpen als de prestaties van ProRail achterblijven bij wat is afgesproken. Ook is ons niet duidelijk welke bijdrage ProRail levert aan het realiseren van de beleidsdoelstellingen van het Ministerie van VenW. 


In ons rapport bevelen we aan het aandeelhouderschap van ProRail onder te brengen bij de minister van Financiën. Het Ministerie van VenW zou een onafhankelijke toezichteenheid moeten instellen binnen het ministerie voor het toezicht op de naleving van de concessie door ProRail. Ook zou het ministerie extra interventie-instrumenten moeten invoeren, bijvoorbeeld het afgeven van een formele waarschuwing aan ProRail, het stellen van ultimatum en het opschorten van een deel van de jaarlijkse subsidie van €2 miljard. Tot slot zou het Ministerie van Ven W inzicht moeten verkrijgen in de bijdrage van ProRail aan realisatie van de beleidsdoelstellingen van het ministerie.  


In zijn reactie op ons onderzoek laat de minister van VenW weten het aandeelhouderschap van ProRail elders onder te brengen binnen zijn ministerie. De uitbreiding van het aantal interventie-instrumenten komt aan orde in het kabinetstandpunt tijdens de evaluatie van de Spoorwegwet. Verder zegt de minister toe het inzicht in relatie tussen beheerplan ProRail en beleidsdoelstellingen te verbeteren. Ook dit komt aan de orde in het kabinetstandpunt tijdens de evaluatie van de Spoorwegwet. 


Bijbehorende stukken

Thema

null