U bevindt zich op: Home › Actueel › Onderzoeksrapporten
De Algemene Rekenkamer is overwegend positief over eerste EU-lidstaatverklaring. Verantwoording op niveau van eindbegunstigden is aandachtspunt.
Op tal van terreinen voeren de lidstaten van de Europese Unie (EU) gemeenschappelijk beleid uit. Met de uitvoering van het beleid is jaarlijks in totaal ongeveer € 100 miljard gemoeid. Over de uitvoering legt de Europese Commissie - als uitvoerende macht - jaarlijks verantwoording af aan het Europees Parlement. Sinds 1994 geeft de Europese Rekenkamer daar een oordeel bij. Dat oordeel heeft met betrekking tot de wettigheid en regelmatigheid echter tot nu toe steeds een negatieve strekking. De Commissie heeft in juni 2005 aangegeven die situatie zowel op Europees niveau als op lidstaatniveau te willen veranderen (Europese Commissie, 2005). Eén van de instrumenten die de Commissie heeft voorgesteld om de gewenste verandering te bereiken is de zogenoemde lidstaatverklaring, af te geven door de ministers van Financiën van de lidstaten.
De Commissie stelde voor om hoge controle-instanties (zoals nationale rekenkamers) te verzoeken een rapport over de lidstaatverklaring aan het nationale parlement uit te brengen. Nederland gaf aan een voorstander te zijn van de voorgestelde lidstaatverklaring. Het kabinet heeft daarom in 2006 besloten tot de invoering van een lidstaatverklaring op vrijwillige basis (Financiën, 2006). Deze verklaring is gericht aan de Europese Commissie en aan de Nederlandse Staten-Generaal. Dit rapport bevat de uitkomsten van ons onderzoek naar de lidstaatverklaring 2006.
Naar ons oordeel is de lidstaatverklaring 2006, zoals die door de minister van Financiën namens het kabinet is afgegeven, op hoofdlijnen op deugdelijke wijze tot stand gekomen, waarbij wij de volgende kanttekeningen plaatsen:
om op doelmatige wijze voldoende zekerheid te verkrijgen dienen de deelverklaringen van de vakministers, in casu de minister van LNV, van een accountantsverklaring voorzien te worden;
voor een goede interpretatie van de lidstaatverklaring dient de gebruiker inzicht geboden te worden in de criteria die de minister van Financiën, namens het kabinet, heeft gehanteerd bij zijn afweging om zaken wel of niet te melden;
enkele van de meegewogen zaken vallen naar de mening van de minister van Financiën buiten het kader van de lidstaatverklaring, bijvoorbeeld omdat ze niet op het verantwoordingsjaar zelf betrekking hebben (boetes EU) of omdat ze niet tot feitelijke onregelmatigheden hebben geleid (risico's in systemen). Vaak zijn dit punten uit de rapportages van de Europese en Nederlandse controleurs. Wij menen dat tijdige informatievoorziening aan de Staten-Generaal over de hoofdlijnen van deze punten, inclusief de mogelijke financiële gevolgen, onderdeel zou moeten zijn van het verantwoordingsproces. Wij plaatsen deze kanttekeningen nadrukkelijk in het licht van het groeitraject dat de lidstaatverklaring nu doorloopt.
Voor de verdere ontwikkeling van de lidstaatverklaring in de komende jaren zijn naar onze mening nog verbeteracties nodig. Het gaat nog om wezenlijke punten die wij relevant achten om ook in komende jaren tot een oordeel bij de lidstaatverklaring te kunnen komen. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om zaken die naar onze mening in de lidstaatverklaring zouden moeten worden opgenomen en om de vereenvoudiging van Europese wet- en regelgeving.
OmhoogDe ministers van Financiën en van LNV geven aan verheugd te zijn met het positieve oordeel dat de Algemene Rekenkamer heeft kunnen geven en de daarbij uitgesproken waardering voor het initiatief en het bereikte resultaat. Zij bevestigen dat de nationale verklaring een groeitraject doormaakt en dat op basis van opgedane ervaringen de nationale verklaring en het proces daar omheen de komende jaren verder kan worden verbeterd. Daarbij achten zij het van belang de oorspronkelijke uitgangspunten voor ogen te houden, namelijk dat deze verklaring gebaseerd wordt op Europese regelgeving en dat aangesloten wordt bij de bestaande praktijk en de criteria neergelegd in deze regelgeving.
De ministers wijzen op het belang dat andere landen aansluiting kunnen blijven houden bij dit initiatief. Indien in het groeitraject de lat (te) hoog gelegd wordt, kan dit volgens de ministers zijn weerslag hebben op de acceptatie en navolging van het Nederlandse initiatief bij andere landen. Hiervan kan sprake zijn als de nationale verklaring ertoe leidt dat het auditwerk substantieel toeneemt ten opzichte van wat moet worden uitgevoerd op grond van Europese regelgeving.
Verder gaan de ministers in hun reactie in op de door ons genoemde aandachtspunten bij het oordeel en op de actiepunten en vervolgstappen.
Omhoog
Kamervragen |
18-12-2007
|
PDF, 27 kb
|
Rapport bij de Nederlandse EU-lidstaatverklaring 2006
Vastgesteld 18 december 2007
Rapport |
03-07-2007
|
PDF, 341 kb
|
Rapport bij de Nederlandse EU-lidstaatverklaring 2006, Europese Unie
Reactie |
03-07-2007
|
PDF, 597 kb
|
Rapport bij de Nederlandse EU-lidstaatverklaring 2006