U bevindt zich op: Home › Actueel › Onderzoeksrapporten
In de periode december 2000 - juni 2002 is onderzoek gedaan naar de effectiviteit van het beleid gericht op energiebesparing in de glastuinbouw.
Door de inzet van subsidies en belastingaftrek stimuleert de rijksoverheid ondernemers in deze sector om energiebesparende technieken in hun bedrijven te installeren. Het gaat om klimaatcomputers, condensoren, warmtebuffers, warmtekrachtkoppeling, het gebruik van restwarmte, beweegbare schermen en gevelisolatie. Nagegaan is wat het effect van deze technieken is op de hoogte van het energiegebruik in de glastuinbouw, en wat het beleid van de rijksoverheid hieraan bijdraagt.
Van de geïnstalleerde energiebesparende technieken leidt alleen het gebruik van restwarmte (het bijproduct warmte van elektriciteitsproductiebedrijven en industrie) tot een lager energiegebruik in de glastuinbouw. De inzet van fiscale beleidsinstrumenten levert geen aantoonbare energiebesparing op. Andere factoren, die geen deel uitmaken van het energiebesparingsbeleid, beïnvloeden het energiegebruik wél. Zo leidt het vernieuwen van de glasopstanden in het kader van het herstructureringsbeleid in de glastuinbouw tot een lager verbruik. De andere energiebesparende technieken hebben geen aantoonbaar effect. Dit komt misschien doordat de tuinders de mogelijkheden van deze opties niet volledig gebruiken.
OmhoogHet overheidsbeleid voor energiebesparing zou in de toekomst niet alleen gericht moeten zijn op energiebesparende technieken, maar ook op het feitelijk nuttige gebruik van deze technieken. Het gebruik van restwarmte zou gestimuleerd kunnen worden door de inrichting van nieuwe glastuinbouwgebieden sneller op gang te brengen. Bij de modernisering van bedrijven zou meer nadruk gelegd kunnen worden op het aanbrengen van moderne glasopstanden.
OmhoogDe betrokken bewindspersonen van VROM, EZ, LNV en Financiën delen de conclusie dat het vernieuwen van glasopstanden belangrijk kan zijn voor een lager energiegebruik in de glastuinbouw. Voor de modernisering van de glasopstanden zullen de mogelijkheden binnen de Regeling Structuurverbetering Glastuinbouw (RSG) en de Stimuleringsregeling Inrichting Duurzame Glastuinbouwgebieden (STIDUG) evenwel niet verder worden verruimd.
Het rapport van de Algemene Rekenkamer, de nadere analyse van het CPB en de reactie van de Algemene Rekenkamer daar weer op werden door de Tweede Kamer behandeld in november 2003.
In najaar 2004 heeft de Algemene Rekenkamer onderzocht wat de bewindslieden met de aanbevelingen bij dit rapport hebben gedaan. De resultaten hiervan zijn gepubliceerd op 24 maart 2005 in 'Terugblik 2005; elf onderzoeken nader beschouwd'.
Omhoog
Bijlage |
05-11-2003
|
PDF, 31 kb
|
Effectiviteit energiebesparingsbeleid in de glastuinbouw
Vastgesteld 27 november 2003
Kamerbrief |
10-10-2003
|
PDF, 20 kb
|
Effectiviteit energiebesparingsbeleid in de glastuinbouw
10 oktober 2003
Bijlage |
06-10-2003
|
PDF, 178 kb
|
Effectiviteit energiebesparingsbeleid in de glastuinbouw
Een analyse van de evaluatie door de Algemene Rekenkamer
Persbericht |
06-10-2003
|
PDF, 9 kb
|
Effectiviteit energiebesparingsbeleid in de glastuinbouw
Kamervragen |
03-07-2003
|
PDF, 40 kb
|
Effectiviteit energiebesparingsbeleid in de glastuinbouw
Vastgesteld 3 juli 2003
Kamervragen |
28-04-2003
|
PDF, 32 kb
|
Effectiviteit energiebesparingsbeleid in de glastuinbouw
Rapport |
06-02-2003
|
PDF, 263 kb
|
Effectiviteit energiebesparingsbeleid in de glastuinbouw