Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

U bevindt zich op: Home Actueel Onderzoeksrapporten

Stimulering midden- en kleinbedrijf en ondernemerschap

De Algemene Rekenkamer heeft van april 2000 tot april 2001 onderzoek gedaan naar het overheidsbeleid gericht op stimulering van het midden- en kleinbedrijf (MKB) en ondernemerschap. Met dit beleid is jaarlijks ruim f 5 miljard (ruim 2 miljard euro) gemoeid.


Conclusies

Ruim zes jaar na het uitbrengen van de beleidsnota Werk door ondernemen uit 1995 is nog maar weinig bekend over de resultaten van de 28 op het MKB gerichte beleidsmaatregelen daarin. Bij veel maatregelen blijkt nooit duidelijk te zijn geformuleerd welk doel ermee bereikt moest worden. Ook zijn veel maatregelen nooit adequaat geëvalueerd. Het is derhalve niet duidelijk of de maatregelen hebben bijgedragen aan de groei en doorgroei van kleine en middelgrote ondernemingen en aan een verdere werkgelegenheidsgroei.

In de jongste beleidsnota De ondernemende samenleving uit 1999 wordt niet gerefereerd aan de vier jaar eerder uitgebrachte nota. Dit is ongewenst, omdat beide nota's in overwegende mate betrekking hebben op dezelfde doelgroep (ondernemers), waardoor het risico bestaat van 'stapeling' van beleid. Het nieuwe beleid is bovendien niet goed onderbouwd

Omhoog

Aanbevelingen

De bewindspersonen van Economische Zaken moeten inzicht geven in de samenhang van alle maatregelen gericht op stimulering van ondernemerschap. Ook dienen zij voor elke voorgenomen maatregel het op te lossen maatschappelijke probleem nauwkeurig te beschrijven. Voor elke maatregel die in uitvoering is genomen dienen de prestaties en effecten systematisch te worden gevolgd, om te kunnen (bij)sturen. Informatie over de onderbouwing en de resultaten van beleid moet systematisch worden vastgelegd.

Omhoog

Reactie minister

Volgens de minister van EZ is er geen sprake van 'stapeling van beleid' omdat het beleid veel verschillende doelgroepen betreft. Ook wijst ze erop dat de nota uit 1999 interactief tot stand is gekomen, wat verklaart dat de onderbouwing en de doelstellingen sterk verschillen per instrument. Overigens neemt ze de aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer in grote lijnen over.

Omhoog

Bijbehorende stukken

null